Terug
Hoger

De titel van deze artikelen is letterlijk bedoeld, want Jan Holvast werkte als jongste installatieknecht bij elektrotechnisch bureau Sontag in Groningen, vaak hoog op de ladder voor verlichtingsmontage. Een werkje voor ‘durfals’.
Als bijverdienste mocht hij als slagwerker mee met accordeonist Bos en verdiende daarmee zijn eerste artiestenloon, 9 gulden, die hij prompt aan zijn moeder gaf. En op 9 maart 1932 komt, op afbetaling, in huize Holvast dan toch weer een accordeon, een witte Italiaanse van fl. 90.=.
Zijn ouders hadden hem vaak aangeboden om piano te gaan studeren maar hij koos toch weer voor een balginstrument. Jan begreep, dat zijn ouders verder dachten en er eigenlijk niet zoveel mee op hadden dat hun zoon accordeon speelde en dan teveel in café’s zou vertoeven.
“Achteraf”, zo vertelt Jan Holvast mij, “had ik wel pianoles moeten nemen, dan had ik een betere muziekleer genoten, maar hoe het dan was verlopen, tja, dat weten we dus niet”.
Jan kreeg les van Harm Wiersma voor 1 gulden per week en zijn eerste les was op dinsdag 11 maart 1932. Ook uit de geschreven memoires van Holvast, die ik mocht lenen, blijkt dat Jan er veel, heel veel voor over had, om goed te worden als accordeonist. Bijna al zijn vrije tijd tijdens de lagere schoolperiode studeerde hij op zijn harmonica en accordeon.

Toen hij een baan had, ging hij ’s morgens vroeg, vlak voor hij naar zijn werk ging, nog gauw even op zijn accordeon spelen. Tussen de middag, amper tijd om te eten, gauw weer even spelen. Half zes vrij en als de weerlicht naar huis en dan weer spelen tot …..laat. ’s Nachts hield hij het hele huis wakker omdat hij in zijn slaap hardop de liedjes begon te zingen die hij overdag instudeerde. Daarnaast speelde hij met vier anderen in het mondharmonicagroepje: The Harmonica Boys. Hij kreeg ook les van dhr. Hemmes, een fijn mens die ook reparaties deed. Hij kreeg vele aanbiedingen om te spelen en had in 1933 een triootje The Jazz Boys, bestaande uit Maarten Beuving en Jan Holvast, beiden accordeon en Thomas Bats op slagwerk. Via een advertentie uit de krant kwam Jan Holvast in het bezit van een tweedehands blauwe Borsini, maar hij moest er wel vier weken les bij geven. Zijn eerste leerling!
Overdag naar zijn baas, ’s avonds bruiloften, partijen, verenigingen enz. en les geven aan leerlingen. Een drukte van jewelste, wat kan een mens toch veel hebben!
Na 10 dagen spelen, tijdens de meikermis in Groningerstad, was zijn linkerhand opgezwollen van het musiceren. Maar hij had wel het geluk, ondanks de drukte, zijn arm rust te kunnen geven. Tussen alle bedrijven door probeerde hij zichzelf goed bij te spijkeren in de accordeonleer.
“Overdag moest ik tijdens het werk wel eens een boodschap doen voor mijn baas. Dan ging ik luisteren in het centrum naar de Volendammers die op straat speelden. Een repertoire van bekende schlagers die wij weer ’s avonds lieten horen. Zo bleef je (in die tijd!!!) op de hoogte. Op mijn 19e jaar had ik 6 leerlingen voor 50 cent per lesuur en verdiende met mijn leerlingen net zo veel als bij mijn baas. Ons trio werd uitgebreid tot een viermans dansorkestje door toevoeging van trompettist Kraak.
Een prachtige tijd, we waren als vier Volendammers gekleed tijdens feesten, je kon niet stuk. Zeer lange dagen en nachten muziek, werken, muziek, een beetje slapen en weer muziek.”
In 1936 kwam weer een driemans formatie: De Jantjes, een succesvolle tijd met Jan op een Scandalli accordeon, Henk Dalmolen op accordeon en Frans Knuit (latere zwager van Jan) op drum. Nu waren ze gekleed als witte matrozen.
Hiernaast werd Holvast ook gevraagd om als accordeonist mee te werken met o.a. Michiel Helder, slagwerk, Charly Kesling, violist, Herman Rinket, klarinet en Nanne Luikinga, saxofoon en Melle van Oosten uit Hoogkerk en tussendoor had hij solo-optredens als accordeon virtuoos.
Hij krijgt steeds een grotere bekendheid, zijn repertoire wordt breder. Vaak vernam hij vooraf van kennissen dat andere musici kwamen om naar zijn accordeonspel te luisteren.
“En via via lieten ze dan weten dat mijn spel toch niet zo fantastisch was dan ze verwacht hadden. Dus stak ik nog meer tijd in mijn technische vaardigheid”, zegt Jan.
Tot zijn geluk kreeg hij meer leerlingen en begon met elementaire muziekleer theorie. Van de eerder vermelde heer Hemmes koopt Jan een nieuwe accordeon en in de zomer van 1937 waagt hij de stap en wordt beroepsmuzikant. Het worden zeer lange dagen met soms wel 18 uur achtereen muziek maken. Door zijn spel kwam hij in aanraking met Willy Derby, Kees Pruis, Lou Bandy, Doeke Stuurop, Rody Roeters en Bartoes Faveur.
In 1938 richtte hij de Holvaband op met, behalve zichzelf, Hein Oosterbaan, Ru Torenbeek, Henk Dalmolen, Rubing, Koos v.d. Woude en Nanne Luikinga, allen muzikanten die grote bekendheid genoten in het noorden.
Kor A. Hagenouw
Roden