Terug
Hoger

Pittig en charmant, jachtig en donker, melancholisch en bitsig, van iedereen en dus van de straat, altijd zichzelf en telkens kind van vele invloeden: DE MUSETTE! (W. Gielens in Gandalf nr. 74.)
Een tiental jaren geleden werd de musette weggehoond.
Het getuigde van een slechte smaak haar te koesteren. Ze was te volks, te populair.
Hoewel deze muziekvorm niet zo wereldwijd verspreid is als de jazz, was ze toch heel renoverend in het begin van deze eeuw. Vanuit het volk ontstaan in de straten van de grootstad Parijs is ze grotendeels Frans van haar roots. Doch verscheidene vreemde invloeden hebben haar completer gemaakt.
De revival is er.
Kenners van het accordeonrepertoire wisten het al jaren dat het er toch eens van moest komen. Het genre had immers heel wat meer in het vaandel dan het altijd weerkerende op hetzelfde stramien gemaakte repertoire van marsen, tango’s en java’s.
Ook de Fransen schenen dat begrepen te hebben. Dit verklaarde het grote succes van de CD ‘Paris Musette’ in 1990. Sindsdien werden er tientallen prima uitgaven gemaakt met nieuwe en oude accordeons. Ook remakes van oude opnamen zijn in.
Het hernieuwde succes zou ons bijna doen vergeten dat ze ooit weg is geweest.
In de stille periode rond 1981 nam Renaud met het orkest van de alomgeprezen Joss Baselli ’Le P’tit Bal du Samedi Soir’ op. Deze chansonplaat bewijst niet enkel zijn talent als zanger maar is ook het bewijs dat het genre evenveel roots heeft in het cabaret, het caféconcert als in het bal musette.
Ongeveer in dezelfde periode begon Marc Peronne swing musette te spelen op zijn diatonisch accordeon waarmee hij bewees dat dit instrument, mits goede kennis, even ‘compleet’ is als zijn chromatische broer voor dat genre.
En toen de nieuwe generatie groten, in het bijzonder M. Azolla en R. Gaillions, onder eigen naam begonnen te produceren, kon zowat alles behalve het klassieke musetterepertoire.
Van Mozart tot Piazzolla, van Miles Davis tot Dave Brubeck, van Marcel tot Richard.
Er was weer aandacht voor het instrument.
Tot bij de ouderen toe! Het Angelsaksisch rockgedoe werd gestopt. En misschien wel naar buitenlands voorbeeld. Het artikel van Bruce Springsteen in Keyboard in 1987 was daar wellicht niet vreemd aan. Ook onze authentieke Arno Hintjes had zijn symbolische steen aangebracht.
Meteen greep iedereen in Parijs terug naar de ‘trekzak’.
De wil om naar buiten te treden groeide bij mensen zoals Didier Roussin. Het project Paris Musette’ was geboren. Ze kenden immers nog hun klassiekers zoals Matelot, Ferret, Didi Duprat, Emile Vacher, Tony Murean, Jo Privat en Gus Viseur.
Het regende terecht prijzen over het ‘Paris Musette’-project en het was de start van een nieuwe stroom van bijzondere uitgaven.
In de Parijse platenzaken staat ‘Les Manouches de Paris’ van Jo Privat (niet te verwarren met uit de jaren ’60 daterende ‘Manouche Partie’ die toen het gemeenschappelijke product was van Pivat met de Ferratclan).
Het Franse folklabel stichtte Silex Memoire en in 1991 verscheen het belangrijkste van Emile Vacher’s oeuvre op CD. Sublieme opnamen van 1927 tot 1939. Creatieve virtuositeit waarin het heden zijn oorsprong vindt.

Op de volgende CD werd het werk van Tony Muréna heropgevist. Tony Muréna Valse et Swing.
De mooiste swingmusette die ooit gemaakt werd!! Op een aantal opnames herkent men met zekerheid de grote Django-Reinhardt als begeleider.
Enkele andere begeleiders van toen die niet vergeten mogen worden zijn: Hubert Rostaing, Sarane Ferret en Didi Duprat.
Muréna en Gus Viseur hebben de Europese swing op een hoog niveau gebracht. Jammer dat Muréna maar enkel gekend was van ’Indifference’ dat hij samen met J. Colombo schreef. Op de CD ‘Valse et Swing’ staan nog 22 andere Muréna-composities en niet een is minder van kwaliteit.

Het jazz accordeon kende een viertal grote namen: Muréna, Viseur, Privat en Louis Richardet.
Louis speelde reeds in 1932 Amerikaanse jazz in de pauzes van de Bal Musette. Dat kun je lezen in de begeleidingsbrochure van ‘Accordeon’, 1914-1941, een dubbele CD uitgegeven door de Discothèque des Halles.
Het is een bijzonder waardevol getuigstuk van het rijke verleden.
Niet alleen omwille van de uniek tracks maar ook om de stevig gestoffeerde begeleidingsmap samengesteld door Didier Roussin, is de release interessant.
Het is een overzicht van het hele Musettewereldje. Niet één belangrijke naam ontbreekt, niet één nevengenre blijft onbesproken.

De jazz, het chanson van Piaf, Gabin en Fréchel, de java’s, de paso’s en niet te vergeten de Swing musette! Ook de virtuoze vertolkingen van de Italianen en de Belgen (ongetwijfeld) les P’tits Belges: Viseur, Marceau, Deprince, Verscheuren en waarom ook niet Reinhardt.
Een onvergetelijke compilatie.
Naast 11 sublieme Viseur-opnames staan er 4 Muréna’s, 4 Vachers en 3 Guérino’s op. Ook kan men er de eerste Piaf-opname op vinden van l’Accordeoniste’ en de onvergetelijke, kippenvel bezorgende intro van Reinhardt op Brise Napolitaine. Het geheel bevat 49 relieken, het mochten er voor mijn part 100 geweest zijn.
Dergelijke uitgaven bezorgen het genre een soort eerherstel.
Het bewijst aan de jongeren dat de Musette meer is dan muziek, bestemd voor de bals.
Het is wereldmuziek met ontelbare invloeden waarin iedere grote muzikant zijn eigenheid kwijt kan.
Paul Depoortere
Moen-Zwevegem – België
Paul Depoortere is de drijvende kracht achter het concours om de Beker der Vlaanderen Accordeon, dit jaar voor de 10e keer op 17 oktober.