Terug
Hoger

Voordat u uw overtollig exemplaar aan gaat bieden, moet u weten dat Henk Vos wel een heel bijzonder accordeon zoekt. Een 80-basser met 34 toetsen, geen registers en gewoon 2-korig. In 1954 volledig met de hand gebouwd, in een serie van twaalf stuks, door zijn vader en hemzelf. Deze werden verkocht voor de prijs van ƒ290,–
Dankzij onze attente abonnee, de heer Jonk uit Amsterdam, komen we terecht bij (toekomstig accordeonbouwer) Henk Vos in Eindhoven wiens vader, Bernard Vos, de eerste Nederlandse Accordeonfabriek bezat.
Temidden van prachtige oude affiches van allerhande accordeonmerken, nog oudere foto’s en oude en nieuwe accordeons vertelt Henk Vos via het levensverhaal van zijn vader waarom hij zo dolgraag een van de accordeons van bovenstaande serie terug wil kopen.
“Mijn vader woonde in Oss en leerde accordeonspelen van mijn opa. Deze speelde meer dan hij werkte (hij was boer) en werd in Oss dan ook “De Leut” genoemd.
Als de monika van mijn opa kapot was moest mijn vader hem in Den Bosch bij Karel Zagwijn laten repareren. Dat was een heel eind op en neer op een gammele fiets, zo’n 60 kilometer en dat zinde mijn vader niet erg. Hij besloot voortaan maar zelf te repareren. Al gauw kwamen er ook andere mensen naar hem toe.
Hij was toen al getrouwd en werkte bij Van Doorne – nu de DAF, toen werkten er twaalf mensen – en kreeg er onenigheid. Hij nam ontslag en ging in 1933, in de crisistijd, voor zichzelf beginnen. Dat betekende heel hard werken en een heel karig bestaan.”
Vos, vakman maar daarom nog geen zakenman, pakte het energiek aan.
Een schuurtje achter het huis werd ingericht als werkplaats, in de slaapkamer aan de voorkant werd een soort etalage getimmerd. Toen vader Vos ook nog een stemtafel gemaakt had met allerhande slimme snufjes was zijn bedrijfsuitrusting compleet en moest hij materiaal hebben.
Dus verzocht hij de moeder van Henk Vos om een oud korset en haalde daar de baleinen uit. Deze waren van Zweeds bandstaal en uitermate geschikt voor het maken van tongen.
De eerste tongen die hij sneed leken nergens op maar na bestudering van originele tongen kon hij ze uiteindelijk toch zo maken dat ze naar zijn zin waren.
Zoals gezegd, geen zakenman. Als mensen zeurden rekende hij minder of helemaal niks.
“Na de oorlog gingen mijn vader en ik in een DKW’tje – waar altijd iets mee was omdat dat ding tijdens de oorlog begraven was geweest – overal instrumenten opkopen, reviseren en weer verkopen.
Als mensen na de oorlog nieuwe accordeons kochten ging vrijwel meteen de balg kapot, die scheurde gewoon, klavieren leuterden in de tijd van een half jaar uit. Verschrikkelijk vond mijn vader dat. Waren er bijvoorbeeld hoeken kapot, ging mijn vader naar de importeur en kreeg weer dezelfde troep.
Uit pure onvrede met deze gang van zaken liet hij een stempel maken en begon zelf hoeken te maken die nooit meer kapot konden. Ik heb nog een kast vol stempels, want elke balghoek is anders. En zo ging het met klavieren, met tongen, met alles. Toen is het idee geboren om een betere accordeon te gaan bouwen.”