Terug
Hoger
Het aardige van het spelen op concertina in het geval je ook trekzak speelt, is dat je bij een aantal deunen een voorkeur krijgt op welk van beide instrumenten het leuker is om te doen. Vaak, bijvoorbeeld bij veel Ierse melodieën, merk je dat het op concertina “gemakkelijker ligt”: het speelt moeitelozer, je kunt denken dat de betreffende deun er wellicht voor geschreven of op ontstaan zou kunnen zijn.
Het punt van de basbegeleiding is bij de concertina een hoofdstuk apart.
Er zitten dus geen specifieke basknoppen op; toch zijn er wel manieren om tot een soort begeleiding te komen, namelijk door
Een en ander hangt onder andere van de deun in kwestie af en vergt in ieder geval wel een behoorlijke mate van geoefendheid: uitproberen en afwegen is het devies.
Verder zit een aantal tonen bij een concertina in twee toonsoorten (dus 20-knops) er zowel trekkend als duwend op, over verschillende rijtjes dus. Hier zijn uiteraard schema’s voor. Het verdient echter zeker bij een beginnend speler ten zeerste aanbeveling om middels heel bekende liedjes (goede voorbeelden: Schip moet zeilen, My Bonnie is over the ocean) gewoon op je gehoor uit te zoeken waar je met de vingers moet zijn.
Op deze manier zul je – althans met een redelijk goed gehoor – des te sneller gaan onderscheiden waar wat zit en vooral ook, en dat is heel belangrijk bij dit instrument!, waar de grens in toonhoogte ligt tussen linkshandig en rechtshandig spelen.
Heb je een concertina met meer er op dan uitsluitend 20 knopjes, dan ben je in staat meer toonsoorten te spelen dan wel gebruik te maken van de halve tonen in de betreffende toonsoorten, maar het is denk ik wel aanbevelenswaardig je in het begin te beperken.
Dan komen we langzamerhand in de volgende categorie concertina’s terecht, in het eerste artikel al genoemd (we hebben het immers nog steeds over het meest voorkomende type, de anglo), namelijk:
Bij de Engelse concertina liggen de knoppen altijd in een horizontale lijn, ze zijn gelijktonig en volledig chromatisch. Bij dit systeem liggen de toonladders om en om verdeeld over links rechts, dus niet van links naar rechts doorlopend!
Over de Duet-concertina kan vermeld worden dat deze altijd een groter formaat hebben, terwijl ze eveneens gelijktonig zijn; het verschil met de Engelse concertina is dat de tonen hier weer, zoals bij de anglo, voor de lagere regionen aan de linkerkant, en voor de hogere rechts zijn ondergebracht.
Behorend tot de familie van de anglo’s is weer de zogenaamde Deutsche Konzertina die er uitziet als een bandoneon, maar qua systeem beschouwd kan worden als een grote broer van de anglo (zie foto).
Zoals aan het eind van het vorige artikel over dit onderwerp in KLANK (oktober 1991) al vastgesteld werd: de concertinacultuur is in Nederland niet echt tot ontwikkeling gekomen. Er zijn ook geen bouwers van dit instrument in deze contreien aan te wijzen, terwijl in landen als Engeland en Duitsland dit veel meer het geval is geweest, en nóg is.
In Engeland, het land van de Wheatstones, bestaan nog echt clubs van liefhebbers/spelers die een of meer keren per jaar bij elkaar komen om te musiceren. Er zijn ook speciale workshops voor concertina, terwijl er wereldwijd gesproken (Verenigde Staten, Australië) ook speciale tijdschriften aan de concertina gewijd worden.
Ook in landen als Zuid-Afrika en andere streken van dit werelddeel wordt de concertina veel gebruikt – en waarom ook niet?
Het blijft een instrument waar je verrassend veel mee kunt doen, zeer gemakkelijk vervoerbaar, niet te duur in aanschaf (in redelijke kwaliteit): spelers als John Kirkpatrick, William Kimber – de Morris-meesters – en Noël Hill (Iers) hebben de anglo-concertina nooit versmaad; daarnaast kan op de Engelse concertina bijvoorbeeld een kei als Alistair Andersons genoemd worden.
Voor de liefhebbers is van deze laatste speler eventueel verkrijgbaar het lesboek Concertina Workshop (1974) Topic/free Reed 12 TFRS 501.
Met name sinds de jaren 60/70 met de algehele opleving van de belangstelling voor folkmuziek, groeit ook weer het aantal concertinaspelers (de Italiaanse fabrikant Bastari bijvoorbeeld verkocht in de jaren 60 elk jaar ongeveer 7000 exemplaren van het anglo en het Engelse type.
* Met dank aan het Franse folktijdschrift TRAD (1989) waaraan enkele gegevens zijn ontleend.