Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Terug Hoger  
KlankKoekje

De IAS definitief van start

Over de uiteindelijke oprichting van de International Accordion Society en de stijgende stemming tijdens het standaardisatie-congres in Castelfidardo.

Jaargang 3, 4e kwartaal 1992, nummer 1
door Els Rollé

In het voorjaar van 1991 schreef ik over de oprichting in Polen van een nieuwe internationale organisatie voor accordeon (zie Klank 1991/4. pp 9+13 en Samenspel 1991/3, p.9). Afgelopen zomer werd in Finland de eerste algemene ledenvergadering gehouden waarin onder andere de definitieve naam voor de organisatie gekozen werd: International Accordion Society (I.A.S). In het najaar is de I.A.S. in Italië voor het eerst officieel naar buiten getreden tijdens een internationaal congres over de standaardisatie van accordeons. Het nu volgende bericht is tweeledig: het eerste deel geeft een overzicht van de diverse gemaakte afspraken met betrekking tot de I.A.S., het tweede deel behandelt de afspraken met betrekking tot de standaardisatie.

De I.A.S.-afspraken

De eerste ‘General Assembly’ van de I.A.S. werd gehouden in Ikaalinen (Finland) van 6 tlm 9 aug. 1992. Op de agenda van de serie besprekingen stonden twee hoofdzaken: het maken van een aantal afspraken over de gang van zaken binnen de I.A.S., en het samenstellen van een lijst met aanbevelingen voor het standaardisatiecongres in Italië.

Er moest allereerst een definitieve naam voor de organisatie komen. Na veel wikken en wegen is zoals gezegd gekozen voor de naam International Accordion Society.
Deze Society stelt zich ten doel internationaal een actieve bijdrage te leveren aan het bevorderen en bewaren van de ‘klassieke’ (hiervoor is nog steeds geen echt goed woord gevonden) accordeoncultuur. Van belang hierbij zijn o.a. onderwijs, uitwisselingen, festivals en cursussen.
Het bestuur vertegenwoordigt de organisatie en bestaat uit vijf personen, gekozen door en uit de algemene ledenvergadering. Voor de komende drie jaar zijn gekozen Mogens Ellegaard (Denemarken), Friedrich Lips (Rusland), Joe Macerollo (Canada), Matti Rantanen (Finland) en Johan de With (Nederland). Wat de structuur betreft is hierbij niet gekozen voor een hiërarchisch bestuur. Er is dus geen sprake van een voorzitter, een vice-voorzitter en dergelijke, maar alle bestuursleden hebben dezelfde bevoegdheden. Het bestuur wordt bijgestaan door de algemeen secretaris, die belast wordt met de financiën en het secretariaat. Kimmo Mattila is voor een periode van drie jaar benoemd tot algemeen secretaris.
Het secretariaat is (blijft) gevestigd in Ikaalinen.
Het adres is:

  Finnish Accordion Institute
  P.O.Box 37
  39501 Ikaalinen
  SF-Finland

Een individueel lidmaatschap kan verkregen worden als het bestuur van de I.A.S. vertrouwen heeft in een positieve bijdrage van het kandidaat-lid aan het I.A.S.-beleid. Het bestuur kan mensen al of niet aanbevelen maar de algemene ledenvergadering kan uiteindelijk beslissen over de inschrijvingen.
De bedoeling hiervan is dat de organisatie niet al te groot wordt.
Met een enigszins beperkt aantal gelijkgezinden is de kans het grootst dat het doel bewaakt en het beleid uitgevoerd kan worden naar de maatstaven van de I.A.S. In eerste instantie zullen leden professioneel met het accordeon als concertinstrument te maken moeten hebben. Wanneer de organisatie eenmaal functioneert zal ook contact gelegd worden met mensen van buiten de accordeonwereld. In beide gevallen wordt gedacht aan bijvoorbeeld conservatoriumdocenten, uitvoerende musici, musicologen, componisten.
Het nieuwsbulletin dat de I.A.S. uitgeeft verschijnt tweemaal per jaar. Hierin zal vooral informatie over nieuwe composities, premières, concerten en festivals verschijnen. Leden krijgen dit bulletin thuisgestuurd, organisaties (bijvoorbeeld bibliotheken en muziekscholen) en individuele belangstellenden kunnen hierop een abonnement nemen. Een lidmaatschap kost 35 Amerikaanse dollar, een abonnement 30 Amerikaanse dollar.
Tot zover de belangrijkste afspraken met betrekking tot de Society.

De standaardisatie-afspraken

Het internationale standaardisatie-congres voor accordeon (‘Accordion: technical features and standardization prospects’) werd gehouden in Castelfidardo (Italië) van 8 t/m 11 oktober 1992. Uniek aan dit congres was dat voor het eerst in de accordeon-geschiedenis zowel spelers en pedagogen als accordeon bouwers gezamenlijk aan een conferentie over het accordeon deelnamen.

Het accordeon is nog een betrekkelijk jong instrument. Eigenlijk bestaat ‘het’ accordeon niet want er zijn ontzettend veel verschillende modellen en soorten. Bijna ieder instrument heeft zijn eigen systeem. Het ligt voor de hand dat dit lastig is voor spelers, docenten, bouwers, componisten enz. Om enige orde in de chaos te scheppen is het idee geboren om eens serieus te gaan praten over een vorm van standaardisatie van accordeons. Vandaar dus dit congres.

De I.A.S. had van het Centro Studi sulla Fisarmonica in Caste1fidardo (van oudsher een belangrijk centrum voor de Italiaanse accordeon-beweging en -industrie) de vraag gekregen of zij met het I.A.S.-bestuur wilde deelnemen aan dit internationaal congres over de standaardisatie van accordeons. Ook was gevraagd of de I.A.S. een lijst met aanbevelingen wilde samenstellen over standaardisatie-mogelijkheden voor amateurinstrumenten met melodiebassen. Die lijst zou als uitgangspunt voor het congres kunnen dienen.

Naast de vijf bestuursleden van de I.A.S. waren gevraagd voor het panel van deskundigen Pierre Gervasoni (Frankrijk), Stafan Hussong (Duitsland; door ziekte afwezig), Jean-Luc Mancá (Frankrijk) en Lech Puchnowski (Polen). Voordat het congres begon hebben de panelleden de aanbevelingen uitvoerig besproken, omdat een aantal van deze mensen niet aanwezig was bij de algemene ledenvergadering in Ikaalinen, en hier en daar bijgesteld.

Aan de andere kant van de tafel zaten de accordeonbouwers. Hoewel bouwers uit verschillende delen van de wereld waren uitgenodigd, waren vooral vertegenwoordigers van Italiaanse firma's (o.a. Borsini, Pigini, Zero Sette) maar ook enkele Duitse (Hohner)en Russische (Jupiter) afgevaardigden aanwezig.

Het was interessant om te horen hoe twee groepen mensen, de ene met muzikale en pedagogische belangen en de andere met commerciële belangen, met elkaar omgingen. Naarmate het congres vorderde werden de deelnemers enthousiaster en leek de stemming te stijgen. Over het algemeen werd geluisterd naar elkaars argumenten en.uiteindelijk zijn er zinvolle afspraken met elkaar gemaakt. Het voert te ver om hier op alle details in te gaan, maar in hoofdzaak komt het neer op het volgende.

Algemene voorwaarden van de bouwers:

Algemene voorwaarden van het panel:

Met de aanbevelingen van het panel in de hand is uiteindelijk gekozen voor een serie van vier gestandaardiseerde knopaccordeons met chromatische melodiebassen (op de grotere modellen omschakelbaar naar standaardbassen): 1 junior-model, 2 medium modellen, 1 concert-model.
Misschien moet hierbij vermeld worden dat instrumenten die nu gebouwd en gebruikt worden in de toekomst zullen blijven bestaan. Het congres ging alleen over instrumenten waarmee een soort aanloop naar het professionele instrument genomen kan worden.

Wat de discant-zijde betreft is bij knopklavier, vergeleken met pianoklavier, de spanning in de hand veel kleiner, het bereik veel groter, en de beweging voor linker- en rechterhand hetzelfde waar het instrumenten met melodie bassen betreft. Dit zijn belangrijke voordelen voor knopaccordeonisten. Niet alleen de I.A.S., maar het hele panel (ook de pianoaccordeonisten onder hen; de afwezige Hussong had dit nog per fax vanuit Duitsland laten weten) was daarom unaniem van mening dat voor beginnende accordeonisten gekozen wordt voor knopklavier en niet voor pianoklavier.
Wat niet echt gestandaardiseerd wordt is het systeem van het knopklavier (B-Griff, C-Griff enz.). Op de eerste plaats omdat hiervan (in tegenstelling tot de vergelijking knop/piano) niet gezegd kan worden dat het ene systeem principieel anders is dan het andere. Op de tweede plaats omdat de verschillende systemen helemaal zijn ingeburgerd in de verschillende delen van de wereld. Wat hier wel gestandaardiseerd wordt is dat de instrumenten rechts en links hetzelfde systeem krijgen (dus rechts bijvoorbeeld B-Griff, dan links ook B-Griff).
Er wordt dus gestreefd naar een betere overeenstemming tussen de discant-zijde en de bas-zijde van accordeons.

Wat de bas-zijde betreft krijgt het junior-model alleen chromatische melodie bassen (om zowel pedagogische als praktische redenen) en worden de andere modellen uitgebreid met een converter voor standaardbassen (dit met het oog op het uiteindelijke ‘volwassen’ model). Er is dus niet gekozen voor kwint-converters omdat deze vooral te gebruiken zijn bij tonale muziek en ze dus minder algemeen geschikt zijn voor muziek die nu voor accordeon geschreven wordt. Bovendien is hierbij geen sprake van een mogelijke overeenstemming tussen rechter- en linkerzijde van het instrument. Er is ook niet gekozen voor het dubbele manuaal (de 9-rijer) omdat dit te duur en te zwaar is.

Het junior-model is voor heel jonge kinderen die vooral fysiek nog geen groter instrument aankunnen.
Er komen twee medium-modellen. Een model voor kinderen die niet zo heel erg jong en klein meer zijn maar nog geen groot model aankunnen. En een model voor jongeren en volwassenen die daar fysiek of wat literatuur en vaardigheden betreft aan toe zijn.
Het concert-model is niet bedoeld voor professionele spelers, maar is bedoeld als een soort eindmodel voor amateurs. Het verschilt met het professionele instrument niet in omvang en mogelijkheden, maar in kwaliteit (materiaal en klank). Omdat er onder de mensen die al accordeon spelen velen zijn die pianoklavier gebruiken is bij dit model gekozen voor zowel een type met knopklavier als een type met pianoklavier.

Verder is gesproken over zaken als toonomvang, indeling van het toetsenbord, hoogte en grootte van de knopjes, waar en hoe de merktekens geplaatst moeten worden, registers, plaats van de melodiebassen ten opzichte van de standaardbassen enz. enz. (Een volledig overzicht van de gestandaardiseerde instrumenten zal te zijner tijd verschijnen.)
Een van de laatste afspraken die gemaakt werd betrof de stemming van het instrument: deze gaat stijgen. Er is een algemene tendens om instrumenten hoger te stemmen. Om als accordeonist te kunnen blijven samenwerken met andere instrumenten moet ook het accordeon hierin mee. Daarom zal a' = 440 Hz verhoogd worden naar a' = 442 Hz. Misschien is de gestegen stemming in Castelfidardo bij zowel de congresgangers als de instrumenten wel een gunstig voorteken. De tijd zal het leren.

Het hele panel en nagenoeg alle aanwezige bouwers konden zich in de nu gemaakte afspraken vinden en dat belooft veel goeds. Iedereen besefte dat dit pas het begin is van een lange weg. Daarom is het allerbelangrijkste wat in Castelfidardo gebeurd is misschien wel het feit dat musici en bouwers als groepen met elkaar gesproken hebben en daarbij hebben afgesproken dit in de toekomst te blijven doen.

Internationaal een actieve bijdrage leveren aan het bevorderen en bewaren van de ‘klassieke’ accordeon-cultuur is wat de I.A.S. zich ten doel stelt. Tijdens het eerste officiële ‘optreden’ in Castelfidardo is samen met anderen al meteen een grote stap voorwaarts gezet.

Els Rollé, oktober 1992