Terug
Hoger
In het vorige artikel heb ik de geschiedenis en de uiterlijke kenmerken van de bajan besproken. Nu dus:
In een bajan zitten complete tongplaten (net als bij een mondharmonica) Deze tongplaten zijn op leer gespijkerd. Bij ‘gewone’ accordeons heb je tonghuisjes die in was gegoten zijn.
In een bajan zult U doorgaans uitsluitend lederen ventielen aantreffen en geen kunststof ventielen zoals bij de meeste accordeons. Dit heeft uiteraard enorme consequenties voor de klankkwaliteit. De nieuwste ontwikkeling op dit gebied is een combinatie van leer en kunststof. Dit heeft met de duurzaamheid van het leer te maken èn er zullen daardoor minder gauw ontstemmingen zijn.
De grootste verschillen van een bajan met een gewone accordeon zitten niet in het uiterlijk maar in de KLANK van de bajan.
Één van de opvallendste verschillen zijn de lage, diepe bassen van een bajan.
Dat komt, omdat er in het instrument 32-voets tongen zitten die zo zijn aangebracht, dat er een diepe, sonore klank ontstaat, zoals bij een orgelpijp. Bovendien heeft men de bas ook van een dubbele 8-voet voorzien waardoor er ten opzichte van gewone accordeons een hele andere klankkleur ontstaat. De bassen zijn meestal 6 of 7 korig. De strakgestemde dubbele 8-voet aan de diskant zorgt voor de typische bajan-klank rechts.
Eerder in dit artikel vond U de term ‘lichtzwevend gestemd’; wat is strak- of lichtzwevend gestemd?
Uitgaande van een dubbele 8-voet is de ene A’ 440 Hz. en de andere A’ (van de andere 8-voet) hetzelfde, iets hoger of iets lager dan 440 Hz. Bij de bajan zijn beide 8-voeten hetzelfde gestemd. Hoe verder de stemming van de ene 8-voet t.o.v. de andere 8-voet komt te liggen, des te meer zweving zal er ontstaan. (Bijv. 440 Hz. En 442 Hz.)
Bij een 3-dubbele 8-voet vind je vaak èn onder- èn bovenzweving. Denk maar eens aan de ‘Franse musette’ op veel accordeons.
Bij de bajan is een 8-voet en een 16-voet in een klankkamer geplaatst, waardoor een ronde, warme toon ontstaat (cassotto). De 4-voet en de andere 8-voet zitten buiten de klankkamer en klinken scherper.
De cassotto en de converter vind je ook meer en meer op gewone accordeons, wat voor veel spelers een klankverrijking betekent.
Ik heb het zojuist al even ter sprake gebracht: er zijn tegenwoordig ook bajans die in het Westen gebouwd worden.
In klank doen ze niet onder voor de Russische bajans en in technisch-mechanische zin zijn ze stukken beter. Dat moge o.a. blijken uit het feit dat zelfs Russische spelers op een bajan uit het Westen spelen.
Voor mensen die niet de moeite willen nemen om, net als ik, om te schakelen van pianoklavieraccordeon naar knopaccordeon bestaat er al enkele jaren de mogelijkheid een bajan te laten bouwen met pianoklavier.
In letterlijke zin is dit geen bajan, maar wel ongeveer qua klank.
Toch schakelen steeds meer mensen over van accordeon naar bajan. Dat komt natuurlijk vanwege de schitterende klank die het instrument voortbrengt. De klankbalans tussen links en rechts is perfect zowel voor de speler als voor de toehoorder. Maar nog een belangrijk argument is, dat door de technische eenvoud, in vergelijking met een pianoklavieraccordeon, men op zekere hoogte eerder aan muziekmaken toekomt alvorens men verzandt in het eindeloos overwinnen van de technische beperkingen van een pianoklavier.
In principe leent de bajan zich voor elke stijl van muziekmaken, hoewel een Franse musette wat mij betreft mooier klinkt op een zwevend gestemd instrument.
Dit laatste stelt de accordeonspeler voor de keuze in welke richting hij zich vooral wil bewegen: of kunstmuziek? of populaire muziek?
Wat de toekomst betreft slaat de weegschaal in het voordeel van de bajan uit omdat nu veel componisten in de gaten beginnen te krijgen dat de bajan wel eens hèt instrument van de 20e eeuw zou kunnen gaan worden.
Veel van hun composities zijn zo geliefd bij zowel de spelers als het publiek dat de bajan in de naaste toekomst nog veel van zich zal laten horen!!
Ad de Jong is naast bajan-speler ook docent accordeon in Oosterhout, Berkel-Enschot en Beek en Donk.