Terug
Hoger

Hoewel muziek in cafés al sinds mensenheugenis bestaat - in ieder geval vanaf de 15e eeuw wordt beschreven - komt het accordeon pas vanaf het midden van de vorige eeuw in de café-muziek voor.
Dat wekt geen verbazing, want het accordeon is in de 1ste helft van de 19e eeuw ontwikkeld. In 1850 werd het eerste chromatisch accordeon gebouwd met een bereik van vier octaven, door Walter in Wenen en werd het Wiener SCHRAMMEL-accordeon genoemd naar zijn aandeel in het Schrammel-kwartet. Een Schrammel-kwartet bestond oorspronkelijk uit twee violen, klarinet en gitaar; later werd de klarinet vervangen door accordeon of cither. Deze samenstelling was heel geschikt om Weense walsen te spelen.
Dergelijke orkestjes en andere met accordeon waren ook in Nederland in gebruik, maar accordeon als solo-instrument kwam eveneens voor in de cafés.
Het accordeon was één van de vele instrumenten, naast viool, cello, fluit, gitaar, trompet, piano etc. die ook veel voorkwamen in café-muziek.
Als dansmuziek werden wals, polka, mazurka, horlepiep en later de Can-Can gespeeld.
Ander repertoire was eerst nog geďnspireerd op componisten als Mozart, Lully, Grétry, Locatelli, Van Bree en Willems; verder natuurlijk muziek uit opera en operette, o.a. van Offenbach, Léhar, Lanner en Jessel.
De straatmuziek werd, naarmate de 19e eeuw ten einde liep, aangevuld met liedjes uit revues. We kennen ze soms nog wel:
Het accordeon neemt deel aan de opkomst van de amusementsmuziek rond de eeuwwisseling en aan de bloeiperiode tussen de beide wereldoorlogen. Amsterdam en Rotterdam zijn de belangrijkste leveranciers van accorde onisten en zangers-cabaretiers. Natuurlijk is het niet verwonderlijk dat in Amsterdam en Rotterdam, beide havensteden, veel accordeon-cafés zijn. Net als in Antwerpen.
Tot aan de 2de helft van de vorige eeuw hadden de muzikanten noodzakelijkerwijs een rondtrekkend bestaan. Door de toevoer van koopkrachtige verstrooiingzoekende zeelieden werd het gewoonte om muzikanten een vaste aanstelling in een café te geven en kwam er dus een einde aan het zwervende bestaan van velen.
In de jaren twintig en dertig van deze eeuw waren de accordeon-cafés van Amsterdam vooral gelegen aan de Warmoesstraat, Zeedijk en Nieuwendijk en omgeving; verder in Kattenburg, Wittenburg, de Dapperbuurt en een enkele in de Pijp of de Jordaan. Talloze anonieme accordeonisten hebben hier hun werk gedaan. Enkele namen zijn bewaard gebleven, o.a.:
De jaren dertig was de tijd, dat zeemans- en soldatenliedjes vaak in dito kostuums door de muzikanten werden gezongen en gespeeld. Volendammer klederdracht was bij straatmuzikanten erg in trek, zelfs nog na de oorlog.
De generatie accordeonisten die meer landelijk, soms internationaal, bekend werden zoals:
De volgende keer zal het gaan over de levende muziek die heden ten dage te horen is en waar. Deze artikelen zijn onderdeel van de doctoraalscriptie die door Barta Rövekamp als etnomusicologe in 1987 is afgerond.