Terug
Hoger
Als je een tijdje met je trekzak bezig bent komt er op een keer het ogenblik waarop je, bijvoorbeeld tijdens een van de harmonicadagen in den lande (ook naar Enkhuizen geweest?) iets geheel anders – denk je – rond ziet lopen: iemand met een klein vierkanterig gevalletje, waarmee warempel óók muziek gemaakt blijkt te kunnen worden en dat kennelijk tot de familie behoort.
Na al dan niet heimelijke oriëntatie kom je er vervolgens achter dat het hier om een concertina gaat. Nooit van gehoord, nooit eerder gezien enzovoorts.
Nu is het meestal zo dat je, wat je niet kent, ook niet opmerkt. Heb je een nieuwe auto, dan zie je de wagens van dát merk ook ineens allemaal rijden, ben je zwanger, dan barst het op straat van de vrouwen-in-verwachting: door het geluid wat uit de concertina komt wordt je aandacht als trekzakspeler getrokken – áls je er tenminste al eens iemand op hoort spelen, maar daar komen we nog op terug.
Het instrument waarom het hier gaat - dat in Nederland overigens nooit erg in gebruik is geweest, zoals wel het geval is in landen als Engeland en Duitsland - wordt vaak toegepast bij clownerie, tekenfilms, dansbegeleiding (Morris-dancing), straatmuziek en dergelijke.
In de zomer van 1990 vond er in Maarssen een openluchtvoorstelling plaats van een 17e eeuws zogenaamd ronselstuk, waarin de proloog, uitgesproken door een stemmige vissersweduwe, werd begeleid door ….. jawel, een concertina.
In de kinderfilm ‘The little Mermaid’ uit de Walt Disney studio’s komt waarachtig een concertina voor als relikwie in een scheepswrak (en daarvóór, met het juiste geluid, in een scčne op het scheepsdek met de jarige zeeman Prins der Meisjesdromen).
Je mag wel zeggen: een decoratief instrumentje.
Een concertina. Dan ben je er nog niet. Er zijn namelijk meerdere soorten concertina’s, en het vergt wel degelijk enige kennis van zaken om de verschillende typen van elkaar te kunnen onderscheiden.
Eerst in het algemeen iets over het uiterlijk: het gaat om, bij nadere beschouwing, zeskantige instrumenten die staande of, wanneer men zit, over één knie worden bespeeld.
Ik kreeg er een te leen en toen er weer eens ’n avondje muziek was geweest en de mensen vertrokken, zei iemand: “Waarom pak je dat ding niet eens een keer, dat is óók heel leuk”.
Ik speelde toen een jaar of vier op de 2-rijer en een 1-rijer had ik nog niet.
Gehoorzaam als een mens is nam ik direct de volgende ochtend die concertina op: op zo’n moment weet je niet eens hoe je hem vast moet houden. Voor alle duidelijkheid: de luchtknop zit altijd rechts. De beide riempjes sluiten om de vier vingers, de duim steekt er buiten, namelijk om bij de luchtknop te kunnen en een beetje te kunnen “sturen”.
Het systeem van het meest gangbare model, de anglo-concertina, is als volgt:
er zijn links en rechts 10 knopjes, verdeeld in twee rijtjes van 5 aan iedere kant.
De linkerhelft omvat het lage bereik van de betreffende toonsoort, de rechter het hogere bereik.
Ze lopen dus in dezelfde toonsoort door van links naar rechts (ze steken als het ware over). De tweede rij (van 2 x 5, links en rechts) staat altijd weer in een andere toonsoort (vaak G/C of A/D).
Ook hier geldt uiteraard: ze zijn wisseltonig! De rijen knopjes staan vaak maar niet altijd in een lichtgebogen vorm.
De moeilijkheid is dus dat je, waar op de trekzak 10 of 11 knoppen in één verticale lijn bij elkaar horen, hier te maken hebt met de noodzaak de lagere regionen van een melodie met de linkerhand voort te brengen (over -bas-begeleiding later).
Hieraan wennen is zoals met meer zaken in het leven een kwestie van volhouden: het blijft in de familie want ook hier kun je spreken van “een knop omzetten”, in het begin heel lastig.
Geldt ook hier: wat de boer niet kent dat lust-ie niet? Wel erg jammer dan!
Leonie Uittenbogaard
(Leonie Uittenbogaard organiseerde in 1991 muziekavonden in het Pothuys te Utrecht, gaf les aan beginners en maakte deel uit van de muziekgroep ‘Dubbele Bodem’.)