Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Advertentie Klank.nl Terug Hoger  
KlankKoekje

‘Flaco Jimenez’ van Oeffelt

Theo Diepenbrock:
“Ik kan ’s nachts niet slapen, maar daar lig ik niet wakker van.”

Vorig jaar Groesbeek, zomerfeesten. Bekend patroon. Ambachten, kraampjes, van alles te beleven, dans en muziek. In een grote tent op de markt treden artiesten op. Ook Theo Diepenbrock. Zanger en accordeonist. Door het warme weer verplaatst het gebeuren zich naar buiten waar massa’s jongelui zich ophouden.

Jaargang 1, 4e kwartaal 1990, nummer 1

Theo heeft zijn accordeon om. Hij begint voorzichtig voor de verzamelde jeugd zijn programma met liedjes van Flaco Jimenez. Laaiend enthousiasme is het gevolg. Het wordt een regelrechte happening.
Net zoals bij Flaco komt de muziek recht uit zijn hart en dat er mensen zijn, die mooier kunnen spelen, hij zal de eerste zijn om dat toe te geven.

Thuis in zijn huis-met-luiken in Oeffelt vertelt hij er meer over.
“Mijn achtergrond heeft altijd meegespeeld in de ruim 40 jaar dat ik nu in de muziek zit. Ik ben de 13e uit een gezin met 18 kinderen en wij waren natuurlijk net als iedereen in die tijd, verschrikkelijk arm. Mijn vader speelde ondanks zijn armoe viool en wij moesten ook allemaal zelfgemaakte of goedkope instrumenten leren bespelen. Mijn oudste broer, die al werkte, had een accordeon gekocht.

Het was een heilig instrument door de waarde die het vertegenwoordigde. Als ik uit school kwam en met de schapen de hei op moest, wij woonden bij Mook, dan nam ik stiekem zijn accordeon mee. Ik oefende echt elke minuut en al snel kon ik veel beter spelen dan hij. Ik had dan wel aanleg, maar natuurlijk geen heel kwartje om les te nemen. Pas op mijn 32ste jaar ben ik les kunnen gaan nemen.
Mijn vader leerde ons ons gehoor te oefenen, ik speel nog feilloos de oude nooit opgeschreven liedjes van hem, en ik probeerde mezelf wat noten te leren lezen.

Direct van school moest ik naar de fabriek om te werken. Zo ging dat vroeger. Conservatorium was onbereikbaar. Bij ons in het dorp gingen twee jongens “studeren” en dat betekende dat ze naar de Ulo gingen.

Maar ik speelde beter en beter en werd gevraagd op te treden. Ik speelde een dag op ’n kermis en terwijl ik op de fabriek negen gulden in de week verdiende, kwam ik toen met vijftien gulden thuis. Mijn moeder kon het niet geloven dat ik dat met spelen verdiend had en dacht dat ik het weggehaald had.

Zo werd ik op mijn 17e jaar beroepsmuzikant. Kermismuzikant.
Een zwaar beroep, ook fysiek. Een accordeon van 25 kilo om je nek en van ’s morgens tien uur tot ’s avonds tien uur staan spelen. Het hele wereldrepertoire, zo’n 250 liedjes. Je speelt natuurlijk om brood te verdienen dingen die niets met muziek te maken hebben. Dat gebeurde later ook. Ik heb een orkest gehad, een trio, heb tophits gemaakt, ben voor radio en t.v. opgetreden tot in Canada toe. Gelukkig ben ik nu niet meer afhankelijk van een orkest. Ik heb mijn eigen programma’s, o.a. van Flaco Jimenez.
Ik zeg niet, dat ik echt accordeon speel. Dat doen mensen die conservatorium hebben en Bach spelen. Daar ben ik jaloers op, dat zou ik nog willen leren. Wat ik doe is een beetje volksmuziek spelen en dat doet Flaco ook.
Hij heeft een zeer aparte stijl van spelen, muzikaal gesproken stelt het wellicht niet zo veel voor maar hij kan het nu eenmaal op die manier en ik volg hem daarin.
Voor zijn muziek gebruik ik een kleine knopaccordeon, die ik jaren en jaren geleden gekocht heb voor f. 35.=, een ijzersterk kastje, dat ik nog voor geen f. 1.000.= zal willen verkopen. Daar ben ik aan gehecht.

Een accordeon is een fascinerend instrument. Ik doe mijn best om elke keer weer ietsjes beter te zijn en soms lukt het me enigszins om mijn gevoel op een muzikaal verantwoorde manier naar buiten te brengen.

Er is nog zoveel te leren. Een Wienertje bespelen b.v. Wat mensen daaruit kunnen halen, daar sta ik weer van te rillen. Het is het surplus van het eenvoudige.”

In Theo’s werkkamer mogen we rondkijken.
Muren vol platenhoezen, knipsels uit Story en andere showbizzbladen en zelfgeschreven liedjes. Enkele titels spreken voor zich.
“Ik kan ’s nachts niet slapen, maar daar lig ik niet wakker van” en “Beter een leuke buurvrouw dan een verre vriendin”. Op de foto’s van vroeger vallen de gevarieerde en smaakvolle kostuums op.
“Dat is werk van mijn vrouw Toos,” licht Theo toe. “Zij is voor mijn loopbaan van essentieel belang. Om twee van de vele aspecten te noemen: ze heeft een prachtige stem en een feilloos geheugen. Als ik problemen heb met een melodie of een stukje, ze kan het noot voor noot voorzingen, ook klassiek repertoire. Daarnaast is ze ontwerpster van mijn toneelkleding en dat niet alleen, ze is ook nog in staat het professioneel uit te voeren.”

Als we weggaan, pakt Theo een versgeschreven tekstje van zijn werktafel. Op muziek van John Denver. “Dit mogen jullie wel afdrukken,” zegt hij. “Voor abonnees van Klank, met de hartelijke groeten natuurlijk.”

‘IK EN MIJN ACCORDEON’

(Take me home country roads)

‘k ben ‘n jongen van de vlakte
Groene velden, kleine boerderijen
en de mensen zijn er heel gewoon
zingen ouwe liedjes bij mijn accordeon

Refrein:
Met ’n lach of ’n traan
altijd moet ik verder gaan
zon of regen, ‘k kan er tegen
ik en mijn accordeon

Somtijds slaap ik bij de paarden
die daar rusten bij het licht der zilv’ren maan
en dan speel ik deze melodie
trouwe donk’re ogen kijken mij dan aan

Refrein
 
Ik hoor ’n stem in de morgen en die vraagt mij
waar je ook naar toe gaat ‘oh neem mij toch met je mee
ik zei haar dat ’t toch niks kon worden ‘want mijn geluk is
mijn accordeon…….accordeon……..

Theo Diepenbrock